|
Waarom vertellen we?
Deze pagina wordt bewerkt op dit moment
Tijdens een van de eerste
ontmoetingsdagen die, Frans de Vette i.s.m. Stichting Vertellen organiseerde,
werd deze vraag gesteld.
Reacties:
Hallo vertellers,
Ik ben een nieuwkomer in de wereld van het verhalen vertellen. Tot nu
toe heb ik dan ook alleen maar meegelezen in deze nieuwsgroep. Ik heb
inmiddels een heel klein beetje ervaring opgedaan bij de vertelkring
Doetinchem en wordt steeds enthousiaster. Wat ik zo bijzonder vind aan
een bijeenkomst van de vertelkring is dat je met een groepje mensen bij
elkaar zit en dat er echt naar elkaar geluisterd wordt. Ik realiseer me
nu dat dat een redelijk uitzonderlijke situatie is.
Vrijdagmorgen heb ik bij de vertellersbijeenkomst heel erg genoten van
alle verhalen (bedankt daarvoor!). Ook vond ik het leuk om vertellers te
ontmoeten en de gezichten te zien achter de e-mailtjes van deze lijst.
Bij het horen van zoveel mooie verhalen achter elkaar, heb ik nauwelijks
tijd om ze voldoende te laten bezinken.
Afgelopen week heb ik zelf een verhaal gemaakt naar aanleiding van een
reis in Afrika. Toen ik daarmee bezig was zag ik alle beelden weer als
een film aan mij voorbij trekken. Ik had destijds een hele serie dia's
gemaakt om aan familie en vrienden thuis te laten zien hoe het daar was.
Het verhaal geeft voor mij echter de essentie weer van mijn ervaring
daar, wat ik daar geleerd heb, wat ik uit Afrika mee wil nemen. Toen ik
met het verhaal bezig was bedacht ik dat ik de volgende keer het
fototoestel misschien wel thuis laat en mijn herinnering in een verhaal
verwerk. Door dit verhaal te vertellen, hoop ik dat wat ik uit Afrika
heb meegenomen met anderen te kunnen delen.
Groetjes,
Carolien van der Houwen
Frans, je deed een oproep om eens aan te geven
waarom men, ik dus in dit
geval, verhalen vertelt. Ik heb er over nagedacht en er mijn repertoire
eens op nagekeken.Het leitmoiv: Verwondering en Bewondering door te
willen geven. Verwondering over alle moois in de natuur en het leven,
maar ook hoe dat kapot wordt gemaakt. door: domheid,
machtswellust,economische belangen, kortzichtigheid enz enz. Bewondering
voor diegenen die zich er niet bij neer leggen en tegen de stroom in
proberen daar verandering in te brengen. Voorbeelden te over bijv
Amnesty, Greepeace, Lawyers for Human Rights, Milieudefensie,
Natuureducatie, maar ook de vele individuele mensen, die op hun eigen
wijze proberen een steentje bij te dragen aan de leefbaarheid van de
Wereld. De grootste kunst vind ik om mijn verhalen zo te brengen dat het
publiek geen opgeheven vingertje ervaart, maar de ervringen met me
deelt. Daarnaast vertel ik, net als de meesten van ons, natuurlijk ook
omdat het heerlijk is om te doen en het je ego streelt als het publiek
ademloos luistert en/of reageert op de 'juiste momenten
Corry Kistemaker
Hoi,
Ok... mijn bijdrage.
Ik vertel niet vaak verhalen an sich - dat is iets wat ik graag wil
leren cq. durven.
Ik vertel wel korte verhalen als inleiding tot recreatieve
activiteiten of als basis voor een volledige recreatieve activiteit
waarbij het vertellen zowel aan het begin als aan het einde van het
spel een onlosmakelijk deel vormt met het spel.
Waarom vertel ik? Allereerst omdat je dan heel gemakkelijk de
aandacht van de luisteraars vast kunt blijven houden: de
aandachtskromme wordt verlengd. Daarbij gaan activiteiten veel meer
leven bij spelers omdat ze direkt een kapstok hebben om allerlei
spelregels aan op te hangen. Het verhaal is dus voor mij een stuk
gereedschap om recreatieve activiteiten te realiseren. De leukste
manier van vertellen vind ik als er interactie is met het publiek
waardoor het verhaal elke keer een andere lijn kan gaan volgen en
waardoor steeds weer moet worden geimproviseerd.
Een andere reden waarom ik vertel is dat het een heel natuurlijke
manier is voor kennisoverdracht (zowel qua kennis an sich alsook
persoonlijke of culturele waarden en normen, denkwijzen enz). Maar
hiervoor kan ik alleen putten uit eigen ervaringen die ik dan in een
ander jasje giet. Sprookjes lukken me veel minder goed. En bij
kampvuren wordt vaak gevraagd om griezelverhalen - dat lukt me al
helemaal niet - en als het me wel lukt, worden ze al gauw veel te eng
bevonden.
Rembert.
Hoi Corrie,
Ik wilde op jou waarom reageren. Ik vind het heel mooi wat je schrijft en
herken mijzelf er voor een groot stuk in. De be- en verwondering en ook
belangrijke levenslessen willen doorgeven.
Wat ik zou willen toevoegen is dat er soms een mystieke ervaring achter
mijn
verhalen ligt. Deze beroering wil ik graag doorgeven.
Een stukje mystiek, soms verhalen over leven na de dood maar dan dat er
geen
straf wacht en misschien ook wel geen hemel maar wel een voortzetting,
Ik vind het vreselijk als ouders of begeleiders zeggen dat het maar een
sprookje is. DAT IS HET ABSOLUUT NIET. Het zijn waarheden van de andere
wereld en waarheden van de gevoelswereld.
Ik heb veel gezocht naar oeroude verhalen, verhalen met geheimen erin
verstopt, geheimen verboden door kerk en staat, geheimen van natuurreligie
en magie van de oude kelten en germanen en mogelijk nog ouder.
Ik kan me niet vinden in verhalen van Eva en het kleine volk, voor mij
leeft
het kleine volk eeuwig in hun paradijs als niet de boven de natuur
verheven
christenen alles kapotmaken. Sorry voor mijn felheid, de vertelster
vertelde
het wel heel duidelijk, maar zo'n verhaal aktiveert de duivel, de
gehoornde
in mij.
Wat ik graag wil is dat de mensen nog es een keer naar de dieren kijken,
in
mijn verhalen doen en zijn ze van alles.
Mogelijk als iemand na mijn bereman verhaal een beer ziet niet alleen naar
een knuffel kan kijken. Toch alles weer even anders bekijken dan 'gewoon'.
En dan bij mijn verhaal van Prins Roland en de boze Elfenkoning dan denk
en
hoop ik soms dat de kinderen later in hun leven steun en kracht mogen
putten
uit zo'n archetypisch verhaal, ik sleur ze mijn verhaal binnen en sleep ze
mee naar vreemde oorden vreselijke dingen gebeuren en moeten gedaan
worden,
het blijft wel grappig, en uiteindelijk als de regels van hart en verstand
maar gevolgd worden dan loopt het goed af.
'Mogen sommigen die zullen moeten dwalen hun lichtzwaard goed gebruiken.'
Voordat ik ga vertellen; meestal ga ik in gebed/trance en vraag, niet op
een
afhankelijke maar vertrouwde en krachtige wijze om kracht, liefde, warmte
en
iets dat de mensen aanraakt, om een zegen voor de luisteraar en voor de
voorstelling.
Hoe meer ik schrijf, hoe enthousiaster ik word en hoe meer er in mijn kop
springt maar zo is het genoeg. En natuurlijk krijg ik een kick van het
vertellen!
Philip
Ik weet niet waarom ik koos voor de
vertelkunst. Van jeugdvrienden die mijn voordrachten nu bijwonen, hoor ik dat ik
altijd een verteller ben geweest. Ik weet wel wanneer en hoe het begon en ik
weet heel zeker dat het nooit meer zal eindigen. Anderen zullen het van mij
overnemen. Alles gebeurt per toeval.
In 1990 begon ik met het schrijven van
gedichten, per toeval, won driemaal de Dunya poëzieprijs. Ik schrijf het liefst
performance poetry, die ik zelf voordraag. Tijdens een van de voordrachten,
rukte Paul Middellijn (de pionier van de huidige vertelcyclus) mij de tekst uit
de hand en nodigde mij uit een verhaal te vertellen. Kort daarna meldde ik mij
bij Anne van Delft voor een workshop, richtte een oefengroep op, meldde mij bij
Paul Middellijn voor twee workshops met buitenlandse docenten en vloog naar Cork
om het vertelfestival van Cape Clear Island te bezoeken, waar ik toevallig ook
werd uitgenodigd om twee vertellingen te doen. Via het Internet heb ik veel
literatuur over de vertelkunst verzameld en gelezen (USA en UK). Ik vertel
verhalen uit vele culturen van Gilgamesj, via Roodkapje tot Anansi. Ik ben een
interactieve, staande verteller, die verslaafd is aan het vertelritueel met
zang, meestal gestoken in een rode vermomming, vreemde hoofddeksels en steeds in
gezelschap van mijn vaste beste maat: de trom, waarvan slechts een exemplaar in
Nederland.
Ik vind het een uitdaging om steeds weer nieuwe
verhalen te vertellen, door de opdrachtgevers naar een thema te vragen. Mijn
werkterrein is Nederland en Suriname. Op verzoek maak ik ook verteltheater
(raamvertelling). Omdat ik een verteller ben, heeft de improvisatie de eerste
prioriteit. Ik moet niet veel hebben van regie. Legt mij teveel beperkingen op
en voorkomt dat ik de charme van (leer)fouten smaak. Ik heb een prachtige
bibliotheek met heel veel vertelwaardige schrijfsels. Ik geniet van dit leven en
blijf steeds in in try-out.
Met dank aan Frans
Guillaume Pool
Waarom verhalen vertellen?
Voor mij zijn verhalen een
middel om in contact te komen met wie we ten diepste zijn. Ik doel dan met name
op mythen en sproken. Wie zich interesseert voor deze categorie verhalen wordt
al snel getroffen door de universaliteit van de thema’s die hierin naar voren
komen. Kennelijk gaan deze verhalen over wezenlijke vragen die mensen in alle
tijden en culturen bezig houden. Zij verwijzen naar wat wij als mensen met
elkaar gemeen hebben. Hierbij denk ik onder meer aan het gegeven dat wat zich in
ons leven aan ons voltrekt vaak volkomen voorbij gaat aan ons willen en weten.
Je zou kunnen zeggen dat we opgenomen zijn in een groter Geheel dat zich ook via
ons uitdrukt.
Door een rustige, meditatieve
wijze van vertellen wordt de gelegenheid geschapen om het antwoord op
levensvragen in jezelf te vinden. Het is m.a.w. niet aan de ander om mij
te vertellen wat mij te doen staat. Dat kan hij niet. Via de verhalen word ik in
contact gebracht met mijn eigen authentieke antwoord op wat zich voordoet.
Mythen en sproken zijn in dit opzicht verwant aan dromen. Hier wordt ons de
gelegenheid geboden om volledig bewust te kijken naar een universele droom en
een eigen uitleg te geven die aansluit bij de specifieke vraag van dit moment.
Dit blijkt vaak vanzelf te gaan wanneer we na afloop met elkaar delen wat het
verhaal bij ons heeft aangeraakt. We worden ons bewust van wat nu in onszelf tot
bloei wil komen.
Frank Bruinzeel
Op de allereerste plaats vertel ik omdat ik er
vreselijk van geniet. Ik vind het zalig om te doen. Die eerste seconden dat het
nog stil is, mijn eerste woorden moeten nog komen, DIE STILTE, die vind ik
magisch. En dan begin je. Die eerste woorden zijn dan zo belangrijk. Daar
besteed ik dan ook ontzettend veel aandacht aan.
Dat genieten van dat vertellen, dat schijn ik uit te stralen, dat roept iets
aangenaams op bij de luisteraars.
Daarnaast kies ik mijn verhalen met uiterste zorg. Ik vertel uitsluitend
verhalen die mij "raken'', die mij het gevoel geven dat het leven meer is
dan twee momentjes van geluk en verder een dal van tranen. Verhalen die
troosten, verhalen die vitaliseren, solidariseren, verhalen over angst en
eenzaamheid ,verhalen over de onvoorstelbare kracht van de liefde en verhalen
die wat verder kijken dan de dagelijkse realiteit of om met Ben Haggerty te
spreken : stories about that world byond this world.
Telkens weer als ik vertel hoop ik de toeschouwende luisteraars iets gegeven te
hebben, waardoor ze wat rijker vertrekken dan ze gekomen zijn. Dat kunnen kleine
dingen zijn, zoals even de behoefte hebben om wat vaker bij de dingen stil te
staan, bij wat je overkomt.
Ik weet dat verhalen een bijzondere en duistere kracht hebben. Telkens weer merk
ik wat ik allemaal kan leren van de verhalen die ik lees en de verhalen die ik
zelf vertel.
Nu is het toch alweer ruim anderhalf jaar geleden dat ik begon met het
instuderen van deel 2 van het Oneindig Verhaal, maar een van de passages uit dat
verhaal was pakweg drie maanden geleden mede aanleiding voor een stevige
koerswijziging in mijn leven.
Ik vind de keuze van de verhalen die je vertelt zo belangrijk. Ik geloof dat de
verhalen die we vertellen echt van invloed zijn op het hele wereldgebeuren. Hoe
beter de verhalen zijn die we vertellen en hoe krachtiger we dat doen hoe meer
ze zullen bijdragen aan een meer humane samenleving.
Daarom vertel ik verhalen.
Frans de Vette
Frans vroeg me, waarom ik vertel. Ik
zal die vraag meteen beantwoorden, anders komt het er niet van.
Waarom ik verhalen vertel, heb ik in mijn boek
'De kracht van verhalen' uitvoerig beantwoord. Maar ik besef, dat geen
enkel antwoord ooit voor eeuwig is. Dat blijkt, anders zou Frans - die dat
boek kent - het mij niet opnieuw vragen. En ik besef, dat elk moment een nieuw
moment is. En dat alles voor het eerst is. Ook zie ik in, dat ik alleen
maar over mezelf vertel.
Want ook traditionele verhalen vertel ik in
eigen woorden weer, waardoor ze altijd over mij gaan.
Mijn vertellen is begonnen met luisteren. Ik had
vertellende ouders. Ik genoot - en geniet - van het moeiteloze scheppen van
werkelijkheid, dat vertellen is. Als kind begon ik aan mezelf te vertellen, om
in slaap te komen. De innerlijke dialoog werd een voortdurende omgang met
mezelf. Toen ik dat hardop ging doen, bleken anderen ook luisteraars. Ik
ontdekte het feest van te delen. En dat delen tevens helen is.
Toen ik dat eerder schreef, bedoelde ik
niet eens zozeer, dat we gewond of beschadigd zijn, al is dat voor iedereen
wel op de een of andere manier waar. Maar nog basaler is, dat een mens in zijn
eentje niet af is. We zijn niet heel, zonder ons mee te delen aan anderen. En
als ik niet naar buiten breng wat in me is, zal wat in me is zich
uiteindelijk verschansen en dwars gaan zitten. De mens tendeert naar
samenzijn, naar heelheid met anderen en dat maakt ons verteller. En
verhalen ontstaan pas door dat te doen.
Overigens is een prater nog geen verteller.
Praten is voortgaande ruis, vertellen gebeurt vanuit innerlijke
stilte. Omdat we in een lawaaicultuur leven lijkt dat zwaar, maar het is juist
licht. Eng als je het weer moet aangaan. In mijn trainingen 'effectief
spreken' blijkt het voor clienten het moeilijkst, om weer in zinnen te
spreken, en weer eens een pauze aan te durven van desnoods een seconde. Dan
vertel ik een kort verhaal, en laat zelf horen, dat onze kracht als sprekend
dier schuilt in de stilte tussen de zinnen. Zinnen die uit het hart komen,
niet van buiten geleerd. Vertellen als modus, als stijl van communiceren,
doorbeekt dan het nerveuze geratel van deze tijd. Daarom vertel ik. Om in
dat andere ritme te komen met elkaar. Het geeft een intens gevoel van
geborgenheid.
Groet,
Jac Vroemen
Ik ben ooit begonnen met vertellen
omdat ik als voorganger in kerkdiensten
merkte dat de preek nou niet bepaald de meest ideale communicatievorm
is.
Zeker niet voor het praten over geloven of andere dingen die mensen ten
diepste raken en bezig houdt. Een collega van mij was verhalen verteller
en dit boeide mij. In de eerste plaats als een "kunstje" dus.
Langzaam
probeerde ik zelf wat dingen uit rondom het vertellen van verhalen en ik
volgde wat cursussen.
Belangrijker werd het vertellen voor mij toen ik merkte dat wanneer ik
vertel het iets met mij zelf doet. Het raakt mij zelf wanneer ik vertel
en
het helpt mij om grip te krijgen op mijn leven, om te beleven waar ik
eigenlijk mee bezig ben en waar ik tegen aan loop. Kortom, het voelt
goed
om zelf te vertellen.
Ook merk ik dat wanneer ik vertel mensen geraakt worden. Kennelijk heeft
het ook iets met hen te maken als ze een goed verhaal horen en kan ik
ook
iets bij hen oproepen dat hen verder helpt in hun zoektocht naar
zingeving
in het leven of in het grip krijgen op hun eigen werkelijkheid.
Nou moet ik eerlijk zeggen dat ik meer aan training en begeleiding van
vertellers doe dan dat ik zelf vertel. Dat heeft eenvoudigweg te maken
met
mijn baan en taakstelling. Maar ook van het trainen in het vertellen van
verhalen merk ik wat het met mensen doet als ze een verhaal zich eigen
maken, hun eigen ervaringen inbrengen in een oud bestaand verhaal. Ik
werk
veel met bijbelse verhalen, ook omdat ik veel van mijn trainingen in een
kerkelijk context geef, en hier merk ik hoe mensen opeens weer geraakt
worden door de verhalen die ze vaak jarenlang wel aangenomen en
nagezegd,
maar niet naverteld hebben. Ik geniet er van om te zien hoe deze mensen
opeens weer de bekende verhalen herontdekken en dat deze verhalen ze
opeens
weer wat doet. Het gaat mij daarbij dus zowel om het genieten dat die
verhalen die mij zo dierbaar zijn ook voor anderen weer tot leven komen
maar ook dat ik merk dat mensen zelf weer opleven als ze zelf gaan
vertellen. En dat ze boven zichzelf uitstijgen op het moment dat ze het
gedurfd hebben om voor een echt publiek te gaan vertellen en dat dit
gewaardeerd wordt.
Tom Schoemaker
Ik zal proberen uit te leggen waarom ik
verhalen vertel. Ik doe het nog niet zo lang, zo'n drie jaar. En ben er
eigenlijk per ongeluk ingerold. Ik heb een paar kindervoorstellingen
gemaakt, en daarbij geniet ik heel erg van de verwondering, de open mondjes,
het helemaal opgaan in wat ik vertel. Voor mezelf geeft het veel inspiratie,
om mooie verhalen te zoeken en de wijsheden die er soms inzitten te vinden.
Dat is eigenlijk mijn grootste reden: iets kunnen vertellen, waarbij de
luisteraar, samen met mij, een moment voelt van: oh ja, dat klopt, dat is
waar, dat voel ik ook, goh!! Soms kun je op momenten van, laat ik het maar
inzicht noemen, de tintelingen over je rug voelen gaan. Als ik dat toch eens
kon doorgeven! Want die momenten zij naderhand vaak niet meer goed te
verwoorden. En een verhaal kan dan houvast geven, een weg.
Maar behalve deze diepzinnige reden, is het
ook gewoon leuk. Ik voel me het meest thuis in de streekverhalen, die vaak
ook simpele levenslessen in zich meedragen. Dan kan ik ook letterlijk mijn
eigen taal gebruiken, mijn moers'taal. Wat me trouwens bij de
vertellersbijeenkomst opviel: de meeste mensen waren, ook in de pauze, zo
vreselijk goed gebekt; lange volzinnen in perfect ABN, met de juiste
motivatie op de juiste momenten. Misschien wel vertellers-eigen, maar zelf
ben ik associatiever en taalkundig niet zo correct.
Groetjes,
Marga Verhoeven
Drie antwoorden.
1. Rond mijn twintigste (ik ben van 1938) vertelde ik de kinderen bij
ons in de straat de zelfverzonnen 'Avonturen van Overgrootvader Kruithof'
vertelde. OGK was dorpsveldwachter en achtervolgde op een vliegend tapijt
(cadeau van een Perzische bewonderaar) de dieven van de juwelen van de vrouw
van de burgemeester tot op de Eiffeltoren om ze tenslotte te arresteren aan
de voet van de piramiden. Later vertelde ik mijn eigen kinderen voor het
slapen gaan vervolgverhalen zoals ook mijn vader ons indertijd met verhalen
naar bed bracht. Zowel mijn kinderen als ik genoten er van. Eén van
hoofdpersonen was een musje dat heen en weer vloog tussen Zambia, waar wij
toen woonden, en Nederland en dat op zijn reizen van alles beleefde.
Ik ervaar het leven als grillig en bizar en
vertel nog steeds graag absurdistische verhalen, humoristisch, maar soms met
een tragische ondertoon. Die verhalen grijp ik uit het leven, of ik ontleen
ze aan boeken zoals Luigi Pirandello's Kaos. Waarom vertel ik? Om mijn
publiek te laten lachen, soms als een boer met kiespijn.
2. Ik ben zo'n 45 jaar actief in de
zogenoemde 'Derde-Wereldbeweging' (dé 'Derde Wereld' bestaat niet, of is
overal). Als activist, ontwikkelingswerker, onderzoeker en docent kun je
verschillende middelen inzetten om aan de wanverhoudingen tussen 'Noord' en
'Zuid', samen met anderen, iets te veranderen. Ik heb gemerkt dat zakelijke
voordrachten, informatieve artikelen, inzamelacties, en dergelijke (soms)
nuttige zaken meer, het hart van mensen maar ten dele bereiken. Allerlei
personen hebben mij daarvoor de ogen mede geopend; een boek van Judith Rees
over de internationale grondstoffenhandel bijvoorbeeld. Maar ook meerdere
studenten van Surinaamse afkomst in mijn cursussen. Zij vooral stelden
kritische vragen bij gastcolleges over de geschiedenis van de Europese
expansie. Ik ben toen zelf colleges gaan voorbereiden over de geschiedenis van het
verzet tegen de Europese expansie. En kwam de prachtigste verhalen van
schrijvers en dichters tegen. Ik begon ook mijn ervaringen in Zuidelijk
Afrika in verhalen om te zetten. 'Een boer in het Kaapse
achterland.' Waarom vertel ik? Om mijn gehoor de 'echte wereld' achter de
façade van politieke rookgordijnen en wollige beleidsnota's te laten
meebeleven. Misschien doet men iets met die verhalen. In actie komen?
3. Vraag mij een verhaal te vertellen, geef
maar een personage, een thema of een idee, en ik maak het verhaal, of ik
weet het te vinden. Moet het lieflijk zijn, absurdistisch, aangrijpend,
spannend of historisch? Dat kan. Waarom vertel ik? Omdat ik me zo heerlijk
kan uitleven, en mijn gehoor me graag bezig ziet, en me beloont. Wat heeft
ú te vertellen? Waarom wilt u dat kwijt?
Tom Draisma
Een poging:
Ik vind verhalen vertellen heerlijk, je fantasie een beetje gebruiken, een
beetje humor in stoppen, alleen is het vaak zo verrekte vervelend dat mensen
je altijd storen met tussentijdse reacties, zodat het verhaal nooit tot zijn
recht komt. Ik heb me daarom een beetje toegelegd op schrijven en ik vind
dat ook heerlijk. Gewoon korte verhaaltjes over dingen die ik meemaak, over
mensen die ik ontmoet, over combinaties tussen echt en fantasie. Sprookjes
vind ik ook leuk, ik heb een hele serie sprookjesboeken.
Maar vertellen in een vertelkring vind ik echt het summum!!! Geweldig, al
die mensen die verwachtingsvol naar je kijken, die je zonder woorden
stimuleren, die je helemaal vrij laten in wat je wil vertellen, die reageren
met gebaren, gezichten, ogen, die door te luisteren jou energie geven om het
nog mooier, nog spannender te maken. Ik zweef bijna op een gegeven moment!
En dan is het verhaal klaar en dan ben ik blij en zij zijn blij en ja,
gewoon heerlijk. Hetzelfde geldt voor het luisteren naar verhalen in de
vertelkring. Het geeft zo'n aparte dimensie. Al die mensen die zo hun best
doen en zo gedreven zijn en zo mooi kunnen vertellen, ieder zijn eigen
specialiteiten, ik geniet daarvan en na zo'n avond voel ik me heerlijk.
Toch langer geworden dan ik dacht ....
Groetjes,Anneke Duijts
Ik heb nu een aantal redenen gelezen, waarom
iemand vertelt. Mooie beschrijvingen van motivaties en drijfveren. Toen de
vraag ook aan mij gesteld werd, heb ik er een tijdlang voor moeten gaan
zitten. Zulke mooie motivaties had ik niet (meer). Natuurlijk wil ik de
wereld verbeteren, mensen spiegels voorhouden, een gedachte voor bij de
cognac meegeven, levenslessen, verwerkingsprocessen op gangzetten. Maar
dat hoefde ik allemaal niet te verzinnen, dat zat al in de verhalen
verpakt. Dat kregen de mensen er gratis bij. Maar wat dan?
Ik betrapte me zelf er op, dat ik vaak
wanneer ik terug kwam van een klus en in de auto wat zat te mijmeren. Dat
ik dan dacht: "Ik doe maar wat. Vanavond weer gebakken lucht
verkocht." Mensen blij en ik een avond van de straat. Ook een nobel
streven om verhalen te vertellen.
Maar ik geef ook cursussen. Binnen zo'n
cursus wordt door mij de nadruk gelegd op het item "Een
emotionele band aangaan met je verhaal".
En dat laatste geldt ook voor mijn
vertellen. Ik moet een emotionele band hebben met het verhaal anders krijg
ik het niet over het voetlicht.(Wil ik dat ook niet meer).
Ik zal proberen uit te leggen hoe dat bij
mij werkt.Ik doe dat aan de hand van de vergelijking met een piano.
Wanneer ik een toets aansla, dan hoor ik een toon die langzaam wegsterft.
Maar ik hoor meer. Andere snaren zijn gaan meetrillen (boven tonen,
ondertonen) en sterven ook langzaam weg.
Wanneer ik vertel sla ik een toets aan, er
gaan bij mij snaren meeresoneren. Snaren die het ritme van het verhaal
aangeven, de stilte, mijn fysieke bewegen, mijn kijken, mijn ruimte
gebruik.
Door dit alles gaan er ook snaren in het
publiek meetrillen. Dit veroorzaakt contact(Ze hangen aan je lippen). En
langzaam zullen deze tonen wegsterven en de klep van de piano gaat weer
dicht. Verhaaltje uit!!
Meer is het niet, maar ook niet minder. En
verder hoef ik er niets mee. Het publiek mag naar zijn eigen muziek
luisteren.
Anton
Groothuis
Ps. Op verzoek wil ik dat over emotionele
binding technischer uitleggen.
Waarom vertellen?
Mijn oudste praktijk-herinnering als verteller is van de middelbare
school, de Grote Avond. Plotseling valt een act uit. Een uurtje voor het
begin word ik door het bestuur van de schoolclub uitgedaagd deze drie
kwartier te vullen. Waarom ik? Ik weet het niet! Verbluft maar
aangesproken neem ik de uitdaging aan en ga op zoek naar idee‰n. Onder
de zachte begeleiding van Fr Elise vertel ik twee fantastische verhalen.
Voor de eerste keer vertel ik de verhalen in het openbaar en niet voor
mijzelf, voor het papier of voor een groepje vrienden. Ik geniet, evenals
mijn Grote Avond-publiek.
Daarna moest er eerst nog heel wat water naar de zee stromen, voor ik het
vertellen beroepsmatig oppakte. Eerst als straat-verteller in lange pij
achter mijn kinderwagen vol verhalen en muziek, toen het podium op (samen
met Guillaume Pool), nu met mijn eigen Ianosj-verteltheater en als
trainer/performer binnen Keridwen, training & voorstelling. Er is in
de loop der jaren zeker een verschuiving opgetreden van vertellen sec
naar het verteltheater, waar je allerlei theater-mogelijkheden kunt
inbouwen in het vertellen; van vertelling als doel per se (om te
genieten) naar vertelling ¢¢k als middel (om te leren, te ontdekken, te
ontmoeten, te cre‰ren).
De vertelling als ontmoetingsplaats en ontdekkingsreis voor luisteraar en
verteller samen blijft mij inspireren. De vertelde verhalen kunnen van
overal en alle tijden zijn (ik heb er inmiddels de wereld aan verzameld).
Ze kunnen ook ontstaan, tijdens het vertellen. In de ontmoeting met
publiek. Een leuke en spannende vorm van optreden vind ik, als ik
onvoorbereid begin. Inspiratie en interactie bepalen dan wat er gebeurt.
Op vrijwel elke markt van een beetje betekenis zag je ze vroeger wel, die
potsenmakers, kwakzalvers, goochelaars, marskramers, jongleurs, maar
bovenal de..... vertelkunstenaars. Zij waren de levende kranten van
toen, het contact met de buitenwereld: roddels, nieuwtjes, wonderbaarlijke
gebeurtenissen, zelfbedachte verhalen, vaak ter plekke uit de duim
gezogen. Oude, soms overbekende verhalen werden verteld, alsof ze hier en
nu werden bedacht. Altijd net weer even anders dan een vorige keer.
Aangepast aan de situatie van plaats, markt en dag. Laten we dergelijke
vertelkunstenaars vol verhalen van overal en altijd weer tot leven
brengen! Spelend, vertellend, ter vermaak ende lering.
Marcel van der Pol
Groningen/Utrecht, 15 april 2001
Waarom vertel ik verhalen?Om samen met de
luisteraars te komen tot ontdekkingen.
Ik ervaar vaak dat ik een verhaal ook aan
mezelf vertel. Een verhaal blijkt vaak meerdere lagen te hebben. Zelfs als
ik het verhaal zelf gemaakt heb, valt er nog veel te ontdekken. Zo heb ik
de conclusie dat ik liever vertel dan train, aan mezelf verteld aan de
hand van onderstaand verhaal. Door het verwoorden van bovenstaande ontdek
ik nu dat ik het prettig zou vinden als de grenzen tussen therapie,
trainen en vertellen langzamerhand zouden vervagen. Uiteindelijk berust
alles op het elkaar vertellen van elkaars verhalen.
Jacob Jan Voerman
Home Archief
|