Stichting Vertellen Storytelling Foundation Nationale Verteldagen U zoekt een verhaal? Boekenlijst Links  Over vertellen  Vragen
Vertellers Vertelcursussen

Vertelkringen

Vertelhuizen Mailinglijst Vertelagenda Contact Startpagina  
STICHTING VERTELLEN  Platform voor de Vertelkunst in Nederland

Helend vertellen?

Deze pagina wordt op dit moment bewerkt

"Een verteller geeft al vertellend zijn verhaal weg aan zijn toehoorders. De toehoorders doen wat met dat geschenk en maken daar een nieuw verhaal van.Het oorspronkelijke verhaal is als inspiratiebron gebruikt. De eerste verteller is allang vertrokken en heeft als gever geen recht van spreken meer. Daarom heeft een verteller geen therapeutische waarde, hooguit zijn verhaal wat hij vertelde. Maar dat heeft hij aan de toehoorder weggegeven. De oorspronkelijke verteller heeft geen recht en geen reden om zich met de toehoorder (en nieuwe verteller) te bemoeien"
Anton Groothuis

Ik neem even de vrijheid een verteller te vergelijken met de schrijver van een boek/verhaal. De indruk, die het verhaal achterlaat, zal aan de verdienste van de lezer zelf moeten worden toegeschreven. Het is de lezer/toehoorder die het presteert om iets met het verhaal te doen. Het verhaal tot therapeutische pil te persen of iets daaromtrent. De lezer/ toehoorder komt alle eer toe. Probeer eens een keer toehoorder te zijn bij vertelvoorstelling, dan begrijp je wat ik bedoel. Een boek schrijven is net zo moeilijk als het vertellen, maar het allermoeilijkste is toch wel lezer/toehoorder te zijn. Lezers en toehoorders zijn tovenaars. Soms komt ook het verhaal een beetje eer toe, maar de verteller/schrijver is niet meer dan de luidsprekerkast. De verteller hoort zich niet als therapeut te gedragen: informeren, amuseren, ontroeren en wegwezen. De therapeut heeft een andere taak en mag onderweg, graag zelfs, een verteller zijn. De grote verdienste van de verteller is het wakker houden van het publiek en dat is moeilijk genoeg. 

Een vertelkunstenaar is een mooie wakkerhouder. 
Bij drie verschillende familievoorstellingen heb ik van kinderen gehoord hoe ze mij als verteller zagen:
kinderlokker
god
zwerver
jehovagetuige
Ze hebben met geen woord gerept over de therapeut, dus ben ik gelukkig,
Guillaume Pool

 

Wat mij betreft mag je best kritiek op iets hebben, zonder dat het je tot iets verplicht. Maar dit terzijde. Uit je kort verhaaltje haal ik vooral twee stellingen:

Een verteller heeft geen therapeutische waarde, hooguit zijn verhaal.

en

De verteller heeft geen recht en geen reden om zich met de toehoorder annex nieuwe verteller te bemoeien.

Wat jouw eerste stelling betreft het volgende:

Vertellen is volgens mij altijd therapeutisch. En met therapeutisch bedoel ik dan: Als je vertelt dan ga je ervan uit dat het verhaal dat je wilt vertellen de moeite waard is. Als je toehoort neem je de tijd om even naar iemand te luisteren. Als iemand het de moeite waard vindt om naar mij en mijn verhaal te luisteren, dan doet mij dat goed. Als je de tijd neemt om naar iemand anders te luisteren, dan toon je respect en interesse voor die ander. Dat is niet alleen goed voor de ander, maar ook voor jezelf. Je kunt volgens mij alleen anderen respecteren, als je ook jezelf respecteert. En jezelf respecteren, dat doet goed. Nog afgezien van wat het verhaal zelf nog allemaal met de toehoorder kan doen en met de verteller. Want het vertellen van en luisteren naar verhalen beschouw ik als een onlosmakelijk met elkaar verbonden gebeuren. Sterker nog. Ik beschouw de verteller, het verhaal en de toehoorder als EEN gebeurtenis. Het Vertellen. Tijdens het vertellen vallen die drie elementen samen. Je kunt ze wel van elkaar onderscheiden, maar in werkelijkheid kan je ze niet scheiden. Als er dus tijdens het vertellen iets therapeutisch gebeurt, dan is vertellen therapeutisch.Kortom ik ben het met je eens dat de verteller op zich geen therapeutisch waarde heeft.

Wat jouw tweede stelling betreft:
Door te vertellen bemoei je je per definitie met anderen. Bemoei je je met de toehoorder. Daar is niets mis mee. En als je na de vertelling nog steeds behoefte hebt om je met anderen te bemoeien, dan is daar ook niks mis mee. De verteller kan nieuwsgierig zijn wat het verhaal bij de ander heeft opgeroepen, de toehoorder kan nieuwsgierig zijn naar de motivatie van de verteller om juist dit verhaal te vertellen of zelf de behoefte hebben omte communiceren wat "het vertellen" met hem/haar doet. Ik ben het dus met je eens dat de verteller geen rechten heeft om zich met de toehoorder te bemoeien. Maar ook zonder rechten zijn er talloze redenen die het uiterst aangenaam kunnen maken om na "het vertellen" op andere wijze met je toehoorders te communiceren.

(Overigens denk ik dat het (therapeutisch) effect van "Vertellen" zwaar onderschat wordt. Dat legt een grote verantwoordelijkheid bij de Verteller).

En verder kan ik me voorstellen dat Guillaume blij is dat mensen hem niet als therapeut ervaren of benoemen. Dat zou ook volstrekte onzin zijn. Vertellen is een eenmalig gebeuren tussen verteller, verhaal en toehoorders.Therapie is een proces. Overigens meen ik ook af en toe zo tussen de regels door een afkeer te lezen van alles wat met therapie en therapeutisch te maken heeft.
Klopt dat?

Zelf ben ik nu ruim twee jaar in therapie. Elke week een uur. En ik voel me daar steeds beter bij.
Frans de Vette

 

Hallo Frans, Eerst ik wil graag reageren op je brief en dan voornamelijk op de laatste alinea, waarin je een afkeer vermoedt bij sommigen van ons, op alles waarin het woord therapie voorkomt. Ik voel me daarin aangesproken, en ik zie voornamelijk het misverstand. Ik heb niets, maar dan ook totaal niets tegen therapie en therapeuten. (Natuurlijk maak ik voor mezelf een keuze, welke therapie of therapeut ik wil). Als mens heb ik af en toe steun nodig om bepaalde helende processen aan te gaan of te volbrengen. Als klant zoek ik dan de juiste ambachtsman/vrouw, die het voor mij juiste gereedschap in huis heeft. Dat verhalen en verhalen vertellen een therapeutische waarde kunnen hebben zal ik nooit onderkennen. Niet voor niets is het grapje daar: " Nou meneer", zei de psychiater als eerste, "vertelt u eens, wat is het probleem...." Wat er dan verteld wordt en hoe dat er mee omgegeaan wordt, moet binnen de vier muren van de spreekkamer blijven. Tenminste daar ga ik als klant vanuit.
Daar heeft verder niemand mee te maken.
Daarnaast ben ik er als buitenstaander daar absoluut niet nieuwsgierig naar.
Mijn haren gaan overeind staan, wanneer ik binnen mijn ambacht als verhalenverteller daar toch mee geconfronteerd wordt.

a. Ik weet dat de grens tussen vertellen en een therapeutische sessie uiterst dun is, zeker binnen cursussen. Als docent ben ik daar wel eens overheen geschoten. Ik kom dan op terreinen, waar ik als docent absoluut de weg niet weet. ik kan en mag dan ook geen gids zijn. De docent vertellen, die de weg wel weet, zal hier zorgvuldig mee om dienen te gaan. Met de cursist, die dat terrein met de hulp van de docent wil verkennen kan de rest van de lesgroep daar niet mee belasten.

b. Wanneer ik als publiek naar een verteller kijk en ik zie dat iemand staat te vertellen om zijn eigen pijn over het voetlicht te strooien om daar eventueel beter van te worden, dan denk ik hard: "Rot op, zoek een psychiater of schrijf het in je programmaboekje, zodat ik als publiek van te voren mag kiezen om deze elende mee te maken ipv kromme tenen van vervangende schaamte.

 Ter vergelijk, schilderkunst wordt tentoongesteld aan een breed publiek. Schildertherapie is voor de klant en de therapeut. Daar heeft het brede publiek geen moer mee te maken. Dat dit soms door elkaar loopt kan gebeuren, maar mag nooit de uitgangspositie zijn. Dat laatste heb ik een aantal keren op de lijst gelezen.
Anton Groothuis.

 

 Mijn naam is Jacob Jan Voerman. Ik ben 39 jaar, getrouwd 4 kinderen.
Ik ben verteller en trainer. Vanuit deze combinatie zou ik graag een bijdrage leveren aan de discussie over het vertellen binnen trainingen.

Ik was zo’n trainer die graag therapeutisch de diepte in wilde. Omdat ik voorzichtig was (te schijterig, vond ik vroeger) drong ik echter nooit zo aan.
Ik was wel jaloers op collega’s die verder gingen dan ik. Op een gegeven moment ontdekte ik dat er bij mezelf nog wel het een en ander te ontdekken viel. Ik was behept met een calvinistisch-achtig normen en waardenpatroon. Eén van die waarden was: Gij zult niet uzelf ontdekken over de rug van diegene die u traint. Ik schrok hevig en ervaarde een soort Burnout. Toen ik mezelf weer hervond, ontdekte ik ook een aantal dingen die ik ooit had willen doen, maar waar ik nooit aan toe gekomen was. Eén van die dingen was theater. Na een aantal cursussen op het gebied van kleinkunst ontdekte ik dat vertellen mij zeer na aan het hart ligt. Ik ben ook weer gaan trainen. Ik ontdekte dat het helemaal geen schande is om als trainer ook te leren. Ik ontdekte dat mijn schijterigheid voorzichtigheid was. Ik houd nog steeds van het therapeutische, maar ben heel voorzichtig in het aanbieden ervan. Ik wens geen mensen over de streep te trekken of te duwen.Omdat er als trainer toch van je verwacht wordt om aan mensen te sleutelen, schuif ik steeds meer de kant op van het verhalen vertellen. Daarbij biedt ik mensen iets aan, en zij moeten dan zelf maar weten wat ze daar mee doen. Sinds een jaar vertel ik af en toe zelfgemaakte verhalen ten behoeve van trainingen. Ik wordt dus door een trainingsbureau ingehuurd. Ik doe mijn verhaal, en de trainer kan aan de slag met datgene wat het verhaal oproept. Het bevalt mij goed. Ik moet er wel bij zeggen dat ik de trainers van het bureau vertrouw. Dit maakt het voor mij makkelijker om los te laten wat er na mijn verhaal gebeurt. Ik zou ook niet weten hoe ik het zou vinden als ik een trainer tegenkom die naar mijn gevoel niet juist bezig is (jawel, ik heb nog steeds last van normen). Waarom vertel ik verhalen? Om samen met de luisteraars te komen tot ontdekkingen. Ik ervaar vaak dat ik een verhaal ook aan mezelf vertel. Een verhaal blijkt vaak meerdere lagen te hebben. Zelfs als ik het verhaal zelf gemaakt heb, valt er nog veel te ontdekken. Zo heb ik de conclusie dat ik liever vertel dan train, aan mezelf verteld aan de hand van onderstaand verhaal. Door het verwoorden van bovenstaande ontdek ik nu dat ik het prettig zou vinden als de grenzen tussen therapie, trainen en vertellen langzamerhand zouden vervagen. Uiteindelijk berust alles op het elkaar vertellen van elkaars verhalen. Het verhaal van de stilte Er zit een jonge man in de stilteruimte van het ziekenhuis. Het is een arts in opleiding. Hij zit hier omdat hij iets te horen heeft gekregen waar hij geen raad mee weet. Zijn begeleider van zijn eerste kennismakingsstage op de interne afdeling heeft hem gezegd dat hij niet geschikt is voor het vak, en dat ze hem adviseren een andere studiekeuze te maken. Misschien zelfs wel buiten de medische wereld. Dit is een grote klap, want als sinds zijn jeugd wil hij internist worden. Dit verlangen brandt al bij hem sinds zijn vader aan een zeldzame ziekte is overleden. De jongeman weet niet wat hij met zijn gevoelens aan moet. Hij voelt zich in de drukke gangen van het ziekenhuis vogelvrij. Hij probeert de bekende gezichten te ontwijken, bang dat ze hem iets zullen vragen. Hij wil zijn verdriet er nog even niet uit laten. Daarom is hij uitgeweken naar het stiltecentrum. Hij weet niet hoelang hij al in het stiltecentrum zit als er een man binnenkomt. Zwijgend gaat de man op het bankje naast hem zitten. "Mooi hè?, de stilte", zegt de man. De jongeman beaamt dit door niets terug te zeggen. Na een tijdje zegt de man: "Als ik het even niet meer weet, geef ik me altijd over aan het verhaal dat de stilte me vertelt." Hij steekt zijn arm uit en legt zachtjes zijn hand op de schouder van de jongeman. De jongeman voelt in die hand de aanmoediging om zich over te geven. Dan beginnen heel langzaam tranen te stromen. Met zijn blote handen veegt hij zijn gezicht af, en dan geeft hij zich over aan het verhaal van de stilte. Veel later lukt het om afstand te nemen van zijn medische loopbaan. Toch is de jongeman te vinden in de gangen van het ziekenhuis. Hij heeft een nieuwe manier gevonden om patiënten te helpen. Hij vertelt verhalen voor ze. Op de rand van het bed maakt hij samen met de patiënt een verhaal. Voor de patiënten is dit de mogelijkheid om in het verhaal even te ontsnappen aan de wereld van het ziekenhuis. In het verhaal kunnen ze als een gezond mens zonder zorgen rondlopen. Verschillende artsen en verpleegkundigen hebben al gemerkt dat dit het genezingsproces positief beïnvloed. De verhalenverteller wordt dan ook steeds vaker gevraagd. Zijn bijdrage krijgt af en toe zelfs een plek in het behandelplan. Vandaag loopt hij over de gangen van de afdeling interne geneeskunde. Hij is op weg naar een patiënt met een ongeneeslijke ziekte. Het is dezelfde ziekte waaraan zijn vader is overleden. Zijn hoofd zit vol gedachten. Voor de kamerdeur stopt hij. Hij haalt diep adem om zijn hoofd leeg te maken en loopt dan de kamer binnen. Hij groet de patiënt en gaat op de rand van het bed zitten. Ze hebben de week daarvoor al kennisgemaakt en toen is al uitgelegd wat de bedoeling was. "Zullen we maar gewoon beginnen?", vraagt de verteller. Hij neemt de hand van de patiënt in zijn eigen hand. De patiënt knikt. "Goed. Waarheen leidt ons verhaal?" "Naar de bergen", antwoord de patiënt. "Sluit dan je ogen en zie de bergen voor je". De patiënt en de verteller sluiten beiden de ogen om zich een voorstelling te maken. De verteller gaat verder: "Ruik de frisse berglucht. Voel je voeten op de rotsbodem. Luister naar de geluiden om je heen. Kijk naar alle kleuren groen die je hier kunt zien." "Ja, ik ben er", zegt de patiënt enige tijd later, "ik zie een bergpad omhooglopen". "Zullen we het pad volgen?", vraagt de verteller? De patiënt beantwoord bevestigend en samen lopen ze langzaam het pad op.De patiënt en de verteller volgen langzaam het steile pad omhoog. Het pad leidt zigzaggend de berg op. Ze lopen door loofbos, over rotsachtige stukken, steken met smalle bruggetjes wildstromende bergbeken over en rusten uit bij een rustig beekje in een alpenweide. Dan gaan ze weer verder. Het loofbos gaat langzaam over in naaldbos. De begroeiing wordt lager, dan is er alleen nog weide, en nog later alleen rotsen en mos. Weer houden de wandelaars stil. Zittend op een grote steen kijken ze het dal in. "Wat, mooi om het leven daar beneden vanaf deze hoogte te bezien", zegt de patiënt. De verteller kijkt opzij. Hij ziet een vredige glimlach op het gezicht van zijn wandelpartner. Zelf geniet hij ook van het uitzicht. Dan wijst de patiënt omhoog, naar de toppen die nog boven hen liggen. "Die top daar", de patiënt wacht even tot de verteller zijn wijzende vinger heeft kunnen volgen, "die top kunnen we nog bereiken." De verteller knikt en zo gaan ze weer op weg. De patiënt gaat voorop, zijn pas is veerkrachtiger geworden. Met zichtbaar gemak zoeken zijn voeten een weg tussen de rotsen. De verteller volgt, maar moeizamer. Hoe hoger ze komen, hoe meer moeite de verteller krijgt met het tempo van zijn reisgenoot. De top blijkt verder weg dan hij dacht. De verteller dringt aan op een pauze. Als hij zit komt hij langzamerhand weer op adem. "Ik weet niet of ik het nog red tot de top", zegt hij, "misschien is het verstandiger om weer terug te keren." "Ik wil wel erg graag de top zien te bereiken", antwoord de patiënt, "als jij nu hier wacht ga ik het laatste stuk wel alleen op en neer". De verteller is te moe om er tegen in te gaan en gebaart dat zijn reisgenoot dan maar verder moet gaan. Hij ziet zijn reisgenoot kleiner worden. Als hij ziet hoe oneindig klein de wandelaar wordt ten opzichte van die machtige toppen beseft hij pas wat de patiënt aan het doen is. Hij wil opstaan en schreeuwen naar de wandelaar, dat hij terug moet komen voordat het te laat is. Dan voelt hij een hand op zijn schouder die hem zacht weer terugduwt. Hij kijkt om en ziet zijn vader staan. "Het is goed", zegt deze, "op dit laatste stuk kun jij niet mee. Het is nu zaak om je eigen weg weer te vervolgen". De verteller kijkt naar de wandelaar in de verte die nauwelijks meer te zien is. Dan volgt zijn blik de silhouetten van de bergtoppen. Zijn ogen gaan op en neer als ze de pieken en dalen volgen. De pieken en dalen op de monitor naast het bed van de patiënt worden onregelmatiger en gaan over in een vlakke lijn. De verteller doet zijn ogen open. Op de pieptoon komen verpleegkundigen de kamer ingelopen. De verteller kijkt naar de patiënt die met een vredige uitdrukking op zijn bed ligt. Teder maakt hij zijn hand van die van de patiënt los. Hij blijft nog even zitten en sluit opnieuw zijn ogen. Als hij zijn ogen weer opendoet merkt hij dat hij zich in de stilteruimte bevindt. Hij hoort een deur. Als hij zich omdraait ziet hij de man die zojuist een arm op zijn schouder heeft gelegd naar buiten gaan. De jongeman is weer alleen, en in de stilte voelt hij nog even de aanwezigheid van zijn vader. "Het is goed", klinkt het nog een keer door zijn hoofd. De jongeman beseft nu dat hij zich over heeft kunnen geven aan het verhaal van de stilte. Hij weet nu ook dat hij de kracht weer zal vinden om zijn eigen weg te vervolgen.
Jan Jacob Voerman

Aan Jacob Jan, hartelijk welkom op de lijst. En zeer veel dank voor je verhaal, wat ik in stilte gelezen heb. Ook in je beschrijving over je levensloop lees ik veel dingen die mij beroeren. Een aantal van deze zaken heb ik op deze lijst naar voren proberen te brengen, wat me soms niet in dank is afgenomen. Ik wil een antwoord geven op je verhaal. Ik ben geboren en getogen in Ermelo op de Veluwe. Achter mijn geboorteplaats staan enorme beukenbossen. In de zomer is het in die kathedraal altijd heerlijk koel en ik was daar graag. Op zo'n warme zomerse dag liep ik door het wijds beukenbos en kwam op een kruispunt van twee zandwegen. Midden op dat kruispunt op een kleine zandheuvel stond een Eikenboom. Ik dacht bij mezelf, dat is een mooie plek om even te gaan zitten en een sigaretje te roken. Ik had me net lekker geinstalleerd, toen ik iemand hoorde huilen. Ik keek voor me de zandweg af, maar niemand te zien. Links, rechts...Niemand. Maar toch hoorde ik iemand huilen. Was het die Eikenboom, die stond te huilen! Ik vroeg hem, waarom hij zo verdrietig was? "Nou", zei hij, "in dit Beukenbos ben ik de enige Eikenboom. Tien kilometer verderop staat nog een Eikenboom. Bij Noorderwind kan il haar roepen en bij Zuiderwind kan ik haar horen. Zo spreken we elkaar maar twee keer per jaar" Tot gauw horens op de lijst Anton Beste Jacob,Ik wordt er stil van, uw verhaal. Wat verschrikkelijk mooi. Als activiteiten begeleider in het verpleeghuis houd ik mij ook bezig met verhalen vertellen. De interactie tussen de verteller en de patient vind ik mooi, ga ik ook eens proberen. Verder is het ontstane gevoel van hulp anderzijds als medisch, een herkenbare factor. Bedankt voor het delen van dit mooie verhaal. groeten Jo Koopman

De helende functie van mythen en sproken Kenmerkend voor mythen en sproken is dat ze menselijke thema’s verwoorden die we in alle tijden en culturen terugvinden. Wezenlijke vragen en thema’s die oermenselijk zijn worden beeldend weergegeven. Dit type verhalen gaat met andere woorden over onszelf, en wel die aspecten van onszelf die we met andere mensen gemeen hebben. Zo’n verhaal kan dus in beginsel iedereen op een diep niveau raken.Mythen en sproken kunnen je in contact brengen met aspecten van jezelf die je nog niet kent. Het verrijkt je bewuste leven door je nieuwe mogelijkheden in jezelf te tonen. In die zin maken ze je heel: je krijgt de beschikking over wat tot dan toe alleen latent aanwezig was. De helende functie van mythen en sproken komt vooral tot zijn recht waar de verteller ruimte kan laten voor de eigen creatieve ervaring van degene die aangesproken wordt. De verteller treedt zoveel mogelijk terug, vult zo min mogelijk in. Hij voorkomt dat hij een stoorzender wordt bij wat zich ontvouwt. Het gaat immers niet om hem: hij is niet meer dan middelaar. Wat je tijdens het vertellen ervaren hebt kun je eventueel delen met anderen. Daarbij kun je het bewust in verband brengen met de vraag die op dit moment in je leven actueel is. In het delen geef je jouw eigen vorm aan wat je hebt meegemaakt. Het krijgt jouw unieke signatuur. Het wordt jouw authentieke antwoord, waarmee je het contact met de wereld aangaat. Frank Bruinzeel Dora Tamanaplein 35, 1074 JL Amsterdam. Tel: 020-6700332 Email: frank_bruinzeel@zonnet.nl

Veel heb ik in indianenland rondgehangen en ook de nodige cursussen healing, meditatie, reading dgedaan en therapieen doorlopen. In therapieen heb ik geen zin meer, misschien te veel gedaan en ook gedesillusioneerd. Van Mala Spotted Eagle leerde ik; Er zijn veel dingen die je helend kan doen, bijv. een klein beetje salie met een gebed aan de soep toevoegen. Zo is het ook met vertellen. En ik ben er van overtuigd dat wanneer je met liefde vertelt met je hart, open, dat dit helend is. En natuurlijk door ruimte te geven aan de luisteraar om beelden bij je verhaal te vormen. Die beelden die iemand zelf creeerd brengen hem/haar dichter bij zichzelf, is helend.

Philip.

 

Copyright © 1999-2007 Stichting Vertellen. ---Statistieken----