| STICHTING
VERTELLEN Platform voor de Vertelkunst in Nederland |
![]() ![]() |
Vertellen Ik denk dat het vroegste verhaal verteld werd in een veilige grot bij het vuur, na een verslag van dagelijkse gebeurtenissen. Het was de oude grootvader van de familiegroep die zich – met plezierig gevulde maag- een jachtavontuur van lang geleden veel mooier herinnerde dan het geweest was. Want een verhaal is meer dan een verslag. Aan een verhaal wordt iets toegevoegd, van en door de spreker zélf, ander taalgebruik, andere details. Hoe lang geleden dit plaatsvond en waar valt niet na te gaan. Voorwaarden zijn de beschikbaarheid van al veilige grotten, en vuur dat bescherming bood. Maar vooral was vereist een zover ontwikkelde taal dat beelden -verbeeldingen- opgewekt konden worden bij de hoorders en dat zij dit prettig vonden. Voor zover wij weten is dat het wezenlijkste verschil tussen geëvolueerde mensentaal en (blijkbaar) niet geëvolueerde dierentaal: het taalgebruik van dieren schijnt niet verder te gaan dan plotselinge en onsamenhangende uitingen van persoonlijke emotie of praktische signalen. Luister naar het spreken (niet zingen!) van merels. Men kan kreten onderscheiden van schrik, waarschuwing, tevredenheid en/of behoefte aan de partner, maar voor verhalen is meer nodig. Het vertellen van verhalen vergt kracht en betovering van de taal. Het voordragen brengt de mogelijkheid tot nieuwe inzichten, een uitbreiding van ervaringen met zich mee, en dit in een samenhangend geheel. De verteller geeft uiting aan zichzelf maar tevens bespeelt hij zijn gehoor. Er ontstaat een wisselwerking. Vertellen wordt een uitvoerende kunst, zoals muziek, toneel, dans. Voor een verteller behoeft de groep luisteraars niet groot te zijn maar hij heeft ze wel nodig. Op een onbekend tijdstip moet de vroegste verteller, de grootvader in de veilige grot, buiten zijn familiegroep zijn opgetreden, omdat anderen nieuwsgierig waren geworden, er om vroegen. Vanaf dat moment werd de verteller gedeeltelijk of geheel professioneel. Wat kan die verteller
hebben verteld? Mogelijk een jachtavontuur dat hij zich mooier
herinnerde dan het geweest was. Zijn fantasie -om dat belangrijke
woord te gebruiken- deed hem zijn succes bij de jacht toedichten aan
een onverwachte, onvermoede ingreep van een onbekend wezen. Het was
een ‘ontmoeting’ met gunstige gevolgen en het had al drie aspecten
voor de toekomst van de vertelkunst: onderwijs, religie en schoonheid.
Onderwijs: mogelijk had de verteller door een normale, maar niet zo
vaak voorkomende samenloop van omstandigheden een betere jachttechniek
ontdekt, die zijn latere hoorders door zijn verhaal leerden kennen en
daarna zelf begonnen toe te passen. Aan de buitenkant van de
luisteraarskring meenden sommigen dat er een geheimzinnige macht zou
kunnen schuilen in het voordragen van het verhaal zelf, en dat het
mogelijk moest zijn gebeurtenissen te dwingen door ze te vertellen, en
dat is een onderdeel van religie. Schoonheid telde zodra de vertellers
in aantal toenemen: men luisterde liever naar de een dan naar de
ander.
|